Logo rood nvb

De Nederlandse Vereniging voor Bloedtransfusie is een wetenschappelijke en vakvereniging voor mensen die werkzaam zijn op het brede terrein van bloed en bloedfransfusie.

Voor informatie over bloed en behandeling van ziekten verwijzen wij u naar de websites van de Nederlandse Vereniging voor Hematologie en de Stichting Sanquin Bloedvoorziening.

http://www.hematologienederland.nl/node/325  en naar http://www.sanquin.nl/bloed-geven/over-bloed/

Extra info:

Wat is hematologie?

De hematologie houdt zich bezig met het bestuderen, de diagnose en behandeling van afwijkingen van het bloed en de bloedvormende weefsels (beenmerg, milt, thymus en lymfeknopen). Het is een specialisatie binnen de interne geneeskunde. Een hematoloog heeft zich dan ook na de algemene opleiding tot internist, gespecialiseerd in de hematologie.

Het woord hematologie is samengesteld uit twee Griekse woorden: haima en logos. Haima betekent bloed en logos betekent studie.

naar boven naar boven

De functie van bloed en bloedcellen

Bloed is een mengsel van plasma, rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes. Het lichaam van een volwassene bevat ongeveer 5 liter bloed. Nadat het bloed uit het hart is gepompt, heeft het 20 tot 30 seconden nodig om een volledige omloop door het lichaam te maken en naar het hart terug te keren.

Bloed heeft een aantal belangrijke functies. Het levert zuurstof en essentiële voedingsmiddelen (zoals vetten, suikers, mineralen, en vitaminen) aan lichaamsweefsels. Het voert kooldioxide naar de longen en andere afvalprodukten naar de nieren om ze uit het lichaam te verwijderen.

Plasma

samenstelling bloed

Plasma is het vloeibare deel van bloed waarin de rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes zich bewegen. Het vormt meer dan de helft van het

bloedvolume en bestaat vooral uit water met daarin opgeloste zouten (elektrolyten) en eiwitten (proteïnen). De belangrijkste eiwitten in plasma zijn:

  • albumine dat ervoor zorgt dat het plasma in de bloedvaten blijft en niet in lichaamsweefsels stroomt en dat hormonen en andere stoffen bindt;
  • immunoglobulines, antistoffen die het lichaam actief beschermen tegen virussen, bacteriën, schimmels en kankercellen en
  • stollingsfactoren die nodig zijn voor het stelpen van bloedingen

Plasma heeft meer functies. Het doet dienst als een soort reservoir, dat water aan lichaamsweefsels kan afgeven of een teveel aan water uit weefsels kan opnemen. Plasma zorgt er ook voor dat de bloedvaten hun vorm behouden en helpt bij het reguleren van de bloeddruk en bloedsomloop.

Bij bloedonderzoek wordt vaak gebuik gemaakt van serum. Serum is de vloeistof die overblijft wanneer het bloed is gestold. In tegenstelling tot plasma bevat serum geen stollingsfactoren (zie het figuur hiernaast).

Rode bloedcellen

Rode bloedcellen (erytrocyten) worden gevormd in het beenmerg en vormen 40% van het bloedvolume. Rode bloedcellen bevatten hemoglobine, een eiwit dat het bloed rood kleurt en ervoor zorgt dat zuurstof van de longen naar de lichaamsweefsels wordt gebracht. Wanneer het hemoglobine gehalte in de rode bloedcellen te laag is (anemie of "bloedarmoede"), vervoert het bloed minder zuurstof en voelt men zich moe en zwak. Wanneer het aantal rode bloedcellen (polycythemia) te hoog is, kan het bloed te dik worden, wat het risico op hartaanvallen en beroertes vergroot.

Witte bloedcellen

Witte bloedcellen (leukocyten) worden vooral gevormd in het beenmerg en zijn veel kleiner in aantal dan rode bloedcellen; de verhouding is ongeveer 1: 650. Er zijn vijf typen:

  • Lymfocyten:
    • B-lymfocyten die - wanneer een vreemde stof het lichaam binnendringt - kunnen uitrijpen tot plasmacellen. Plasmacellen leven voornamelijk in het beenmerg en produceren immunoglobulinen (antistoffen) die ziektekiemen zoals bacteriën en virussen herkennen en vernietigen;
    • T-lymfocyten die niet alleen in het beenmerg, maar ook in de milt, lymfeklieren en thymus (vandaar de naam T-lymfocyten) worden gevormd. Er zijn verschillende soorten T-cellen, elk met een gespecialiseerde taak. Sommige T-cellen helpen het lichaam zich te beschermen tegen virussen, schimmels en bacteriën. Ze herkennen specifieke stoffen gevonden in virus-geïnfecteerde cellen en vernietigen deze cellen (suppressor T-cel). T-cellen kunnen ook bepaalde stoffen genaamd cytokines afgeven die andere typen witte bloedcellen aantrekken, die dan op hun beurt de geïnfecteerde cellen verteren (cytotoxische T-cel). Sommige soorten T-cellen spelen een rol in het stimuleren of vertragen van de activiteit van andere cellen in het immuunsysteem (helper T-cel);
    • natural killer cellen die in het immuunsysteem van de mens de eerste verdediging vormen tegen vreemde indringers zoals tumoren, bacteriën en virussen. Natural killer cellen danken hun naam aan het feit dat zij niet te reageren op specifieke antigenen, ze reageren van nature op lichaamsvreemde "indringers".
  • Granulocyten:Monocyten die dode of beschadigde cellen verteren en bescherming bieden tegen vele organismen.
    • Neutrofielen die het lichaam beschermen tegen infecties door bacteriën en schimmels en die lichaamsvreemde stoffen kunnen opnemen;
    • Eosinofielen die kankercellen en parasieten vernietigen en betrokken zijn bij allergische reacties;
    • Basofielen die zijn betrokken bij allergische reacties

Sommige leukocyten stromen vrij door de bloedsomloop, maar anderen kleven tegen de bloedwand of dringen door in lichaamsweefsels. Wanneer leukocyten de plaats van een infectie of ander probleem bereiken, geven zij substanties af die nog meer leukocyten aantrekken. De leukocyten functioneren zo als een leger dat het lichaam beschermt tegen vreemde organismen. Wanneer het aantal leukocyten te laag is (leukopenie), zullen de infecties vaker voorkomen. Een hoger dan normaal aantal leukocyten (leukocytose) veroorzaakt niet direct symptomen maar kan een aanwijzing zijn voor een infectie of voor leukemie.

Hematopoiese

Bloedplaatjes

Bloedplaatjes of trombocyten zijn cel-achtige deeltjes die worden gevormd in het beenmerg en kleiner zijn dan rode bloedcellen en ook geringer in aantal (de verhouding is ongeveer 1:20).

Bloedplaatjes helpen bij het stollingsproces van het bloed door samen te klonteren op de plaats waar het bloedvat is beschadigd en door een substantie af te geven die de bloedstolling nog verder bevordert. Wanneer het aantal plaatjes te laag is (=trombocytopenie), ontstaan sneller blauwe plekken en bloedingen. Wanneer het aantal plaatjes te hoog is (=trombocythemie), kan het bloed bovenmatig stollen en zo een hartaanval of beroerte veroorzaken.

naar boven naar boven

De vorming van bloedcellen

Beenmerg is het zachte, sponsachtige weefsel in de kern van de meeste botten. Het bestaat voornamelijk uit twee typen cellen: stromale cellen die de structuur van het beenmerg in stand houden en bloedvormende stamcellen (ook wel pluripotente stamcellen genoemd).

De pluripotente stamcellen splitsen zich om nog meer stamcellen te vormen, of ze ontwikkelen zich tot één van de drie soorten bloedcellen: witte bloedcellen (die infecties tegengaan); rode bloedcellen (die zuurstof transporteren) en bloedplaatjes (die helpen het bloed te stollen).

De meeste pluripotente stamcellen bevinden zich in het beenmerg, maar er bevinden zich ook zogenaamde perifere bloed stamcellen in de bloedbaan. Bij een stamceltransplantatie worden bij voorkeur deze perifere bloed stamcellen gebruikt. De stamcellen komen in het perifeer bloed terecht na stimulatie door een groeifactor (G-CSF). Een andere mogelijke bron van stamcellen is navelstrengbloed.

De vorming van bloedcellen (de hematopoiëse) vindt volgens het hierboven afgebeelde schema plaats.